Canarische Eilanden

De Canarische Eilanden (Spaans: Islas Canarias) zijn een eilandengroep in de Atlantische Oceaan, ten westen van Marokko en de Westelijke Sahara.

Ze vormen een van de 17 autonome regio's van Spanje.

 

De Canarische Eilanden hebben als Spaanse autonome regio twee officiële hoofdsteden, Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas de Gran Canaria.

  

De Canarische Eilanden bestaan uit zeven grote eilanden en zes kleinere eilandjes. De eilandengroep ligt ongeveer honderd kilometer ten westen van de kust van Zuid-Marokko. De eilanden liggen geografisch gezien in een licht gekromde boog, met Lanzarote als oostelijkste eiland en El Hierro als westelijkste.

 

Plantkundig behoren de Canarische Eilanden, samen met de Kaapverdische Eilanden, de Azoren en Madeira, tot Macaronesië. Ze herbergen een groot aantal endemische soorten, waaronder bijvoorbeeld de Canarische dadelpalm.

Voor het warme subtropische klimaat is onder andere de Canarische stroom van belang.

Vier van de dertien nationale parken van Spanje bevinden zich op de Canarische Eilanden, meer dan in enige andere autonome gemeenschap. El Teide is het meest bezochte nationale park van Spanje en ook het oudste en grootste op de Canarische Eilanden.

Oorsprong naam

De naam Canarische Eilanden kan gelinkt worden aan het Latijnse Canariae Insulae wat eiland van de honden betekent. Oorspronkelijk werd deze naam alleen aan het eiland Gran Canaria gegeven. Over de reden van deze naamgeving verschillen de meningen. Volgens het ene verhaal komt de naam voort uit het feit dat er op het eiland veel grote honden leefden. Anderen speculeren dat met de honden eigenlijk de zeehonden bedoeld worden die ooit in de oceaan rondom de Canarische Eilanden leefden maar daar tegenwoordig niet meer voorkomen. Een derde verklaring voor de naam is dat de oorspronkelijke bewoners, de Guanches, honden als heilige dieren beschouwden. De connectie met honden is terug te vinden in het wapen van de Canarische Eilanden waar twee honden op afgebeeld zijn. Vast staat dat de Canarische Eilanden in ieder geval niet vernoemd zijn naar de gelijknamige vogel, de kanarie. Het is andersom: deze vogelsoort is vernoemd naar de eilandengroep, waar ze nog altijd in het wild voorkomt.

Vulkanische oorsprong

Teide Tenerife
Teide Tenerife

De eilanden zijn ontstaan door onderzeese vulkanische activiteiten, veroorzaakt door de uit elkaar bewegende Afrikaans-Eurazische plaat (oostwaarts) en de Amerikaanse platen (in westelijke richting). Tussen beide platen komt het magma omhoog. In feite zijn de eilanden toppen van grote onderzeese bergketens. Tussen de eilanden liggen tot 3500 meter diepe troggen. De eilanden ontstonden in verschillende perioden van vulkanische activiteit. Het oudste gevonden materiaal, omhooggestuwd vanaf de zeebodem, dateert van circa honderd miljoen jaar geleden terwijl het centrale bergland tussen de dertig en tachtig miljoen jaar oud is. Lanzarote en Fuerteventura zijn vermoedelijk het oudst.

De bewoners

rotstekeningen van de Guanchen
rotstekeningen van de Guanchen

Vanaf ongeveer de tweede eeuw v.Chr. werden de eilanden bevolkt door de Guanchen.[3] Tot de verovering door de Spanjaarden in de vijftiende eeuw waren zij de enige bewoners van de eilanden. De eerste Guanchen verzamelden eetbare gewassen en vingen vis. Later ontwikkelden ze technieken om gewassen te kunnen verbouwen en gingen ze vee houden. Gebruiksvoorwerpen maakten ze van aardewerk, steen en hout. Ze hulden zich in geitenvellen. Toen de eerste Spanjaarden op de eilandengroep verschenen, woonden de meeste eilandbewoners in grotten; slechts enkele families op Gran Canaria woonden in hutten. Het volk verkeerde nog in de steentijd. Een historische bijzonderheid is de gefloten taal, Silbo, die op La Gomera tot op heden als levende traditie bewaard is gebleven.

 

 

De eilanden werden in de klassieke oudheid al door zeilschepen bezocht. De Griekse filosoof Plato meende dat de Canarische archipel deel uitmaakte van het legendarische verdwenen rijk Atlantis. De eilanden zijn opgenomen op de kaart van Ptolemaeus, als liggende op de rand van wereld. In 24 na Christus was er volgens de latere schrijver Plinius de Jongere een veldtocht van Juba II naar de eilanden. Hij zou de Canarische eilanden hun naam hebben gegeven.

 

Na de val van het Romeinse Rijk werden de eilanden door de Europeanen vergeten, tot ze in 1312 opnieuw werden ontdekt door de uit Genua afkomstige Lancelotto Malocello. Lanzarote werd vernoemd naar deze man. Zijn voornaam wordt ook wel gespeld als Lanzarotto.

De Franse ontdekkingsreiziger Jean de Béthencourt leidde in 1402 een expeditie naar de Canarische Eilanden om in opdracht van de Kroon van Castilië de eilanden te veroveren. De Guanchen gaven zich echter niet zonder slag of stoot gewonnen en in eerste instantie lukte het de Castiliaanse troepen alleen om Lanzarote in te nemen. Pas twee jaar later, na vele veldslagen, slaagden de troepen van de Normandische edelman erin om de bewoners van de eilanden Fuerteventura, El Hierro en La Gomera te verslaan. Veel Guanchen sneuvelden in de strijd. Anderen werden gevangengenomen en verkocht als slaven. In 1404 stichtte De Béthencourt de stad Betancuria op Fuerteventura, als hoofdplaats van het eiland. Twintig jaar later kwam hij na een gevecht tijdens de verovering van Gran Canaria met de oorspronkelijke bewoners van dit eiland om het leven.

 

 

In de volgende twee eeuwen werden de nederzettingen op de Canarische Eilanden steeds welvarender doordat ze als handelspost dienden voor de Nieuwe Wereld. Vooral op La Palma werden grote paleizen en kerken gebouwd. De El Salvador-kerk is een van de best overgebleven voorbeelden van de 16e-eeuwse architectuur op het eiland. Tussen 1550 en 1600 ontstond op de eilanden een Vlaamse Canarische Natie. Er kwamen veel Vlamingen wonen, die er suikerplantages oprichtten. Nog altijd vindt men er straten en huizen met Vlaamse namen. Suikerriet werd een belangrijk exportproduct van de eilanden en zorgde voor een groot deel voor de stijgende welvaart. Op de suikerrietplantages werkten Europeanen en Afrikaanse slaven, ondanks het verbod op slavenhandel dat Spanje in 1537 had ingesteld.[3] De teelt van suikerriet veroorzaakte het verdwijnen van de oorspronkelijke bossen en er ontstond vanaf de kale hellingen erosie. De rijkdom van de eilanden trokken regelmatig piraten en leidden meer dan eens tot gevechten met andere mogendheden die telkens tevergeefs probeerden de Canarische Eilanden te veroveren op de Spanjaarden. Een van die aanvallen werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog uitgevoerd door een Nederlandse vloot van 74 schepen en 12.000 manschappen onder aanvoering van Pieter van der Does. Het lukte de Nederlandsers om in 1599 op Gran Canaria aan wal te gaan en de stad Las Palmas de Gran Canaria te belegeren. Ze eisten dat de stad zich zou overgeven en alle rijkdommen aan hen zouden overdragen. Ze kregen slechts twaalf schapen en drie kalveren. Woedend trokken 4000 Nederlandse soldaten naar de plaats Santa Brigade waar de Raad van de Canarische Eilanden zich verscholen had. Ze werden daar echter in de val gelokt door 300 Canarische soldaten die 150 Nederlanders ombrachten en de rest dwongen zich terug te trekken. Teruggekomen bij Las Palmas deden ze vervolgens nog een poging om de stad plat te branden maar ook dit lukte niet waarop de Nederlanders besloten zich helemaal terug te trekken uit de Canarische Eilanden.

 

 

In 1812 werden de Canarische eilanden een Spaanse provincie. Er ontstond vervolgens rivaliteit tussen de eilanden. De rivaliteit tussen de twee steden Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas de Gran Canaria over welke van de twee zich de hoofdstad van de eilanden mocht noemen leidde in 1927 tot de opsplitsing van de Canarische Eilanden in twee provincies. Deze indeling bleef gehandhaafd, ook toen de eilanden later autonomie verkregen. In het begin van de 20e eeuw begonnen de Britten met het verbouwen van bananen op de Canarische Eilanden. Dit zou uiteindelijk een belangrijker exportproduct worden dan het eerdere suikerriet en de wijn. Uit angst voor een staatsgreep stuurde de toenmalige Republikeinse regering van Spanje de held uit de Marokko-oorlogen, Francisco Franco, naar Tenerife. In 1936 greep hij daar de macht, waardoor de Spaanse Burgeroorlog begon. Hierdoor stagneerde de economie op de eilanden opnieuw. Er ontstond verzet tegen Franco en het Canarisch nationalisme leefde op. Na de oprichting van het koninkrijk Spanje (na de dictatoriale periode van Franco gedurende de tijd van de Spaanse Staat) werd in 1982 een wet aangenomen die voorzag in de autonomie voor de Canarische Eilanden. In 1983 werden de eerste autonome Canarische verkiezingen gehouden. In 1986 werd Spanje, en daarmee ook de Canarische eilanden, lid van de Europese Unie.

La Palma

La Palma, isla bonita
La Palma, isla bonita

La Gomera

La Gomera, Los Organos
La Gomera, Los Organos

Tenerife

Tenerife, het binnenland
Tenerife, het binnenland

Gran Canaria

Gran Canaria, rotspunt midden op het eiland
Gran Canaria, rotspunt midden op het eiland

Lanzarote

Lanzarote, krater van El Golfo
Lanzarote, krater van El Golfo

Fuerteventura

Fuerteventura, Aloe Vera
Fuerteventura, Aloe Vera

El Hierro

El Hierro, Punto Lajas del Lance
El Hierro, Punto Lajas del Lance

 

Tekst en fotos zijn van Wikipedia